Schouderontwrichting en instabiliteit
De schouder is een zeer beweeglijk gewricht maar is ook een onstabiel gewricht, dit wil zeggen dat het gemakkelijk kan ontwrichten (= schouderluxatie). De verklaring hiervoor vinden we in de opbouw van het schoudergewricht. De kop is veel groter dan de pan (het glenoid) en er zijn extra verstevigende structuren nodig om het gewricht stabiel te houden. Zo is er een brede ‘meniscus’ (het labrum) die stevig vastzit op de pan zodat de kop als een soort zuignap wordt omsloten. Op dit labrum hechten de ligamenten (gewrichtsbanden) en het kapsel aan die een vangnet vormen om ontwrichting te voorkomen. (Daarnaast speelt ook de “rotatorcuff” een niet onbelangrijke rol.)
Rechterschouder in zijaanzicht (schouderkop weggenomen)
• Glenoid = pan
• Labrum = ‘menicus’
• Acromion+Coraco-acromiaal lig. = schedeldak
• Joint capsule = gewrichtskapsel
• Clavicle = sleutelbeen
Bij een val of een trekkracht of een extreme beweging kan de kop toch uit de kom getrokken worden (in het overgrote deel van de gevallen naar voor toe). Meestal scheurt hierbij het labrum los van de pan. De pan verliest een deel van haar draagoppervlak, de zuignapfunctie wordt verstoord en het vangnet van de ligamenten raakt uitgerekt. De kop krijgt ook vaak achteraan een deuk door druk tegen de hardere pan (= Hill Sachs-letsel). Door deze veranderingen van de stabiliserende structuren van de schouder bestaat er een grotere kans dat deze opnieuw zal ontwrichten. Dit risico is groter naargelang de eerste ontwrichting op jongere leeftijd optrad.

- Behandeling
Niet operatief: de arm wordt enkele dagen tot maximaal 3 weken in een draagverband gehouden nadien starten we met verstevigende oefeningen voor de schouderspieren.
Operatief: heraanhechting van het afgescheurde labrum (= Bankart-letsel) en versteviging van het vangnet = Bankart-herstel. Tot voor enkele jaren werd dit met een klassieke open operatie uitgevoerd: hierbij moesten een aantal gezonde spierlagen doorgehaald worden om aan het diepliggende letsel te geraken.
Vandaag kunnen we ook dit letsel met een kijkoperatie behandelen: door enkele kleine gaatjes in de huid wordt een lens ingebracht zodat we het gewricht van binnenuit kunnen bekijken en het letsel met speciale fijne tangetjes en schroefjes kunnen herstellen
Bij patiënten met ernstige letsels aan het bot van de pan of de kop door zeer frequente ontwrichtingen, dient soms een open operatie te gebeuren om de beendefecten op te vullen of de schouder extra te stabiliseren. Dit wordt dan uiteraard op voorhand uitgelegd en besproken.
Wij raden een operatieve behandeling aan voor:
1. Jongere patiënten (< 25 jaar) zelfs na een eerste ontwrichting; de kans opnieuw te ontwrichten kan bij deze mensen met een kijkoperatie verkleind worden van meer dan 60% naar ongeveer 6%.
2. Patiënten die door hun beroep of sport sterk bloot staan aan een nieuw letsel (basket, volleybal, gevechtssporten).
3. Patiënten met meerdere ontwrichtingen die optreden bij gewone activiteiten in het dagelijkse leven.
Belangrijk te onthouden is dat de slaagkans van een operatie vermindert naargelang de schouder meermaals is ontwricht.
- Nabehandeling.
• Na de operatie blijft de arm 3 tot 4 weken in een draagverband om de aangehechte structuren de kans te geven opnieuw aan het bot vast te groeien. Enkele malen per dag mag u de arm los laten hangen en ‘pendelen’ (uitleg door onze kinesisten).
• De auto besturen raden we in deze periode af.
• Vanaf week 4 start u bij een kinesist in uw buurt met oefeningen om de schouderspieren te verstevigen.
• Sport en schouderbelastend werk mogen pas na een 3 tal maanden gestart worden ; bureauwerk kan al vanaf de eerste week.
- Wat te verwachten?
De meeste van onze patiënten bekomen na deze ingreep een quasi volledig normale schouderfunctie. Pijnklachten, zowel kort na de operatie als na lange tijd, zijn zeldzaam. Het risico op een nieuwe ontwrichting ligt zeer laag (6%).
Mogelijke complicaties
Zoals bij elke operatie kan dit zijn:
• Infectie: is niet zo frequent en in de meeste gevallen kan deze succesvol worden behandeld met antibiotica.
• Nabloeding: deze stopt in de meeste gevallen spontaan.
• Zenuw- en bloedvatletsels: deze zijn gelukkig zeer zeldzaam.
Meer specifiek voor deze ingreep zijn:
• Schouderstijfheid ("frozen shoulder"): is soms aanwezig na een schouderoperatie en vereist een specifieke behandeling (injecties, eventueel mobilisatie onder narcose), om dit te voorkomen zijn de pendeloefeningen zeer voornaam
• Na een open en in mindere mate ook arthroscopische ingrepen kan een deel van de schouderbeweeglijkheid wat beperkt blijven; vooral het naar binnen- en buiten draaien van de arm (=endo- en exorotatie) blijven nadien vaak wat beperkt.
• Als gevolg van een arthroscopische ingreep kan er tijdelijk vocht worden opgestapeld in de schouder.
Revalidatieschema: bankart-operatie
Eerste 4 weken
!! Steeds draagdoek dragen !! IJsapplicaties: in het begin zo vaak mogelijk, later enkel na de oefeningen.
• Oefeningen zelf te doen.
• Actieve mobilisatie van de elleboog en pols.
• Pendeloefeningen: deze zullen U worden aangeleerd door onze kinesisten op de afdeling: minstens 3x/dag, gedurende 10 minuten.
Na 4 weken
Draagdoek mag weg, tenzij we op de raadpleging anders zeggen.
• Oefenen met kinesist in de buurt
• Pendeloefeningen.
• Mobilisaties schouder tot 90° abductie en 0° exorotatie.
• Isometrische tonificaties van rotatorcuff- en schouderbladspieren (isometrische tonificaties = soort krachttraining waarbij er geen verplaatsing van gewicht wordt nagestreefd, en waarbij de spieren wel samentrekken, maar geen verkorting ondergaan. Doel: spierspanning herstellen)
Na 6 weken
Mobilisatie schouder progressief > 90° en tot 20° exorotatie.
• Verder isometrische tonificaties.
• Actief geassisteerde oefeningen (stok (foto 7), katrol (foto’s 8-9)).
Na 8 weken
• Verder mobiliseren, niet aandringen in exorotatie (= naar buiten draaien van de arm)
• Isometrische en actief geassisteerde tonificaties
• Als mobiliteit goed is : start isokinetische tonificaties (theraband, elastiek)